Triply geselecteerd voor de bouw van nieuw catalogiseerplatform OBCP

Foto: Shutterstock

De modernisering van de digitale infrastructuur voor openbare bibliotheken heeft een volgende fase bereikt met de definitieve gunning van het Openbaar Bibliotheek Catalogiseer Platform (OBCP) aan softwareleverancier Triply. Dit nieuwe systeem, dat naar verwachting in 2027 operationeel zal zijn, geldt als de beoogde opvolger van het verouderde Gemeenschappelijk Geautomatiseerd Catalogiseersysteem (GGC). De ontwikkeling is het resultaat van een structurele samenwerking tussen Stichting NBD Biblion, de KB nationale bibliotheek en de Coöperatie SDI.

Noodzaak voor structurele vernieuwing
De transitie naar een vernieuwde infrastructuur stond al geruime tijd als prioritair doel geformuleerd in de landelijke Netwerkagenda. Het huidige GGC – waarvan de technische infrastructuur in beheer is bij OCLC en de licentiekosten worden gefinancierd door de KB – voldeed in toenemende mate niet meer aan de eisen van een hedendaagse, hybride informatievoorziening. Het systeem was van oudsher primair ingericht op de beschrijving en ontsluiting van fysieke collecties, waardoor het tekortschoot bij de integratie van andere, digitale mediatypen. Deze beperkingen resulteerden er in de praktijk in dat diverse bibliotheken eigen, lokale systemen in gebruik namen. Dit zorgde niet alleen voor een inefficiënte werkwijze door dubbele invoer van gegevens, maar fragmenteerde ook de onderlinge uitwisseling van metadata binnen de sector.

Open standaarden en centrale regie
Met het OBCP wil de sector de regie terugpakken en alle bibliotheken weer verenigen binnen één gecentraliseerde en overzichtelijke werkomgeving. Na een openbare aanbestedingsprocedure, die in maart 2026 werd geïnitieerd en waarop meerdere partijen inschreven, is de keuze definitief gevallen op Triply. Volgens de samenwerkende partners wist deze leverancier zich te onderscheiden door een moderne, open architectuur die naadloos aansluit bij internationale datastandaarden. Deze benadering sluit direct aan op de landelijke metadata-visie, waarin standaardisatie, technologische vernieuwing en een toekomstbestendige datastructuur als kernpunten zijn gedefinieerd.

De nieuwe architectuur rust fundamenteel op twee pijlers: een centraal beheerde database voor alle landelijke titelbeschrijvingen en een flexibele module voor lokale bezitsregistratie. Hierdoor behouden bibliotheken de autonomie om eigen titels en collecties toe te voegen, terwijl de datasynchronisatie over het hele netwerk gewaarborgd blijft en dubbel werk wordt geëlimineerd. Bovendien wordt het OBCP structureel verankerd in de bestaande architectuur via robuuste koppelingen met onder meer de Nationale Bibliotheekcatalogus (NBC), het interbibliothecair leenverkeer (IBLV) en externe bronnen zoals WorldCat. Ook introduceert de software geavanceerde instrumenten voor bibliotheekmedewerkers, zoals een ‘Harvest ontleenfunctie’, een bibliografiemodule en zogenaamde provenance-tracking voor het traceren van databronnen.

Van voorbereiding naar realisatie
Met de definitieve selectie van de leverancier is het formele voorbereidingstraject afgesloten en start de daadwerkelijke bouwfase. De inhoudelijke inbreng van bibliotheekprofessionals, die in het voortraject via werkgroepen en klankbordsessies al actief meedachten, is daarbij van grote waarde gebleken en blijft een integraal onderdeel van het proces.

In de komende periode zal de focus liggen op de uitwerking van het technisch ontwerp en het realiseren van een eerste, werkende versie van het platform. Om te garanderen dat de applicatie optimaal aansluit bij de complexe dagelijkse werkpraktijk, zal de sector in verschillende fases opnieuw worden geraadpleegd middels gebruikerstests en evaluaties. Uiteindelijk moet deze transitie resulteren in een catalogus die zowel voor medewerkers als bezoekers intelligenter doorzoekbaar is, met verrijkte metadata die geavanceerde filter- en navigatiemogelijkheden bieden. Verdere details omtrent de definitieve projectplanning en vervolgstappen worden op korte termijn gedeeld via de communicatiekanalen van Bnetwerk en NBD Biblion.

Gerelateerde berichten