Janneke Krommendijk werkte ruim 46 jaar in de bibliotheekwereld. 25 jaar als assistent-bibliothecaresse bij de bibliotheek Almelo en daarna 22 jaar als mediathecaris op CCG Reggesteyn in Nijverdal. Ze vindt het eeuwig zonde als kennis verloren gaat…
Columnisten / bloggers schrijven op persoonlijke titel en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de redactie.
Het is al een paar weken geleden dat ik mocht kijken bij een basisschool in de buurt. De hele school, alle leerlingen, werkten aan het thema ‘landen’. En zo leuk om te zien, de groepjes met hun presentaties, werkjes, dansjes die juist met het gekozen land te maken hadden. Ook het tekenen op het digibord was mateloos populair. Bij het thema Engeland hoorde een (speelgoed) dubbeldekker bus, zelfs een mooie bolhoed en een oude ‘oma-achtige’ leunstoel. Daarin konden wel twee kindjes tegelijk wegdromen in hun prentenboek. Prachtig om het enthousiasme mee te maken. En wat een inzet van de juffen en meesters!
Beroepshalve, keek ik verder rond, naar leesboeken in de klas, naar lesmethodes. Informeerde naar de bibliotheek op school. En ja, elk kind mag in de schoolbieb een boek zoeken, omruilen en lezen. Allemaal top! Ik vroeg de lerares of dit, wat ik wel eigenlijk ‘vrij lezen’ zou willen noemen op de één of andere manier werd gemonitord. Want ook al is het iets waar leerlingen geen cijfer voor hoeven te krijgen, het draagt veel bij aan hun ontwikkeling. Ik hoorde iets over testen van hoever een kind was qua niveau, maar het antwoord verder? Ook bij doorvragen was het niet het antwoord wat ik graag wilde horen. Kanttekening is natuurlijk dat ik het gesprek voerde met de juf van groep 3, ik had graag meer willen horen over groep 4 t/m 8 en de schoolbieb, maar dit terzijde.
Ik vroeg niet naar citotesten, naar leesniveaus of zo. Het ging mij erom wat je, als professional, kunt leren van de boeken die kinderen kiezen. Denk aan: hoe vaak een boek wordt omgeruild, is een bepaalde titel echt in trek, of duurt het misschien te lang voor de leerling een boek(je) uit heeft. Hoe vaak wordt de collectie gewisseld vanuit de Openbare bibliotheek? Mogen de boeken mee naar huis worden genomen? Maak je samen met de leerling een soort boekenpaspoort, portfolio is misschien nog net iets teveel maar elk gelezen boek opschrijven en belonen met een stempel of sticker? Ik bedoel maar. Hoe leuk kan het zijn als leerlingen elkaar iets over ‘hun’ boek vertellen? Of een standje bemannen op ‘hun’ boekenmarkt? Er is zoveel te bedenken.
Nou ja, deze vragen heb ik niet meer gesteld. De lerares was druk en leek niet echt te begrijpen wat ik bedoelde, of wellicht stelde ik mijn vraag niet duidelijk genoeg, dat kan natuurlijk ook. Het was wel iets dat nog rondzingt in mijn hoofd. Want er zijn leuke activiteiten te ontwikkelen met een groep of klas. En daarbij samenwerken met de schoolbibliothecaris maakt het opzetten van projecten minder arbeidsintensief voor de leerkracht. Projecten als: Hoeveel boeken leest onze groep dit jaar? Een boekenmeter maken die langer kan worden dan die van de parallelgroep? Leuke ‘nieuwe’ woorden opschrijven, er met elkaar over praten of verder fantaseren? Een liedje zoeken waarin juist dat speciale woord voorkomt en dat liedje samen zingen? Op deze manier wordt lezen heel erg leuk, zelfs voor kinderen die eigenlijk lezen maar ‘niets’ vinden.
De ‘bibliotheek op school’ is onmisbaar, dat geldt zeker ook voor specifieke kennis over kinder- en jeugdboeken (of literatuur als het over het VO gaat), en de inzet van de schoolbibliothecaris. Met het juiste boek raak je de interesse van een kind en werk je aan hun ontwikkeling, de woordkennis, aan tekstbegrip en niet geheel onbelangrijk, aan het leesplezier. De professional, de schoolbibliothecaris, is de onmisbare steun. Dit betekent in totaliteit een grote stimulans om het ‘lezen’ te verbeteren. Wanneer heeft elke school met een schoolbieb in ons land een (opgeleide) schoolbibliothecaris in de personeelsformatie?