Tekst: Pita Schimmelpenninck (vrijwilliger online taalcafe Vertel es Gouda)
Columnisten / bloggers schrijven op persoonlijke titel en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de redactie.
Alleen al de vraag ‘hoe was je week’ kan in ons online taalcafé stof opleveren voor een marathon van drie dagen, maar we moeten het doen in 1,5 uur. De antwoorden nemen ons mee naar een bruiloft in regio Hamburg met Afghaanse familie en vrienden uit verschillende Europese landen. ‘Het was een fantastisch feest’. Ik typ ‘reünie’ in de chat.
Naar aanleiding van een begrafenis waar ik deze week ben geweest, bespreken we de vraag of het Bahai-geloof een monotheïstische religie is. Een deelnemer deelt met de groep dat ze tijdens haar vakantie op Kos heerlijk heeft gegeten, maar blij was weer gewoon Turks te kunnen eten. ‘Toch lekkerder’.
Eén van ons is de afgelopen week de strijd aangegaan met haar sociale mediaverslaving en ook maar meteen gestopt met koffie drinken. Ze voelt zich moe, maar de hartkloppingen zijn opgehouden en ‘ik begin weer hersens te krijgen’. We juichen analoog en duimpjes regenen over het scherm. Het gesprek komt op wat je kunt doen om te ontspannen en het verschil tussen mannen en vrouwen als het gaat om stress. De meningen lopen uiteen, hilariteit alom.
Een ander is gezakt voor zijn leesexamen Nederlands. We kijken hem vol ongeloof aan. Zijn Nederlands is een goed verstaanbare waterval en zijn woordenschat rijk. Hoe dan? Op één na is de hele klas gezakt. Hij heeft bezwaar aangetekend. Met de hele klas? Nee, de anderen durfden niet. ‘Nee heb je, ja kun je krijgen’, typ ik.
De laatste deelnemer neemt het woord, voordat we over het thema van deze week gaan praten. ‘Ach’, peinst hij, ‘Deze week heb ik niets wezenlijks gedaan. Alleen maar dagelijkse dingen. Eten, drinken, slapen, Nederlands oefenen, en zo’. Best heel wezenlijk, vinden we.
Door naar het thema: Verboden Boeken. Ik deel het scherm en laat de website zien van Marjoleine Molenaar, auteur van het gelijknamige boek. Ook kijken we via Probiblio en het CPNB naar informatie over de Week van het Verboden Boek (17 t/m 24 september). Even doorklikken naar PEN Nederland en naar artikel 7 van de grondwet, over vrijheid van meningsuiting. Dankzij het Montesquieu Instituut kun je de grondwet lezen in makkelijk Nederlands, met uitleg.
Terug naar de uitnodigende praatplaten (wat een woord). We gaan 1:1 door in aparte kamers. Deelnemers stellen elkaar vragen: Wie leerde jou lezen, waar en hoe? Welk boek is belangrijk voor je geweest, of wat is je lievelingsboek? Waarom worden boeken verboden en ken je zelf een verboden boek? Daarna komt iedereen terug in de hoofdsessie en vertellen we wat we van elkaar hebben gehoord.
De meesten leerden lezen op school, vanaf zeven jaar. Maar onze Somalische deelnemer leerde thuis Arabisch lezen, van haar neefje. Een voormalig Turkse advocaat leerde al heel jong thuis lezen omdat ze jaloers was op haar oudere zus die al naar school mocht. Ze deed haar na. De Afghaanse deelnemer leerde Arabische letters lezen op de Koranschool waar hij vanaf zijn vierde naar toe moest gaan. Vijftig jongens en één imam. Ze moesten zinnen uit hun hoofd leren en werden geslagen als het fout ging. ‘Maar echt lezen leerden we niet, dat kwam pas daarna, op school’. Ook in het Arabisch? Nee, in het Pashtun. Weet hij nog wie hem leerde lezen? ‘Ja. De docenten op onze school, die zal ik nooit vergeten. Zij maakten ons niet bang en waren armer dan de leerlingen. Ze hadden allemaal een goede opleiding gehad, maar hun schoenen waren versleten en hun kleren kapot. De hele school was kapot’. Hij leerde ook gedichten lezen, over de schoonheid van Afghanistan. ‘Op speciale dagen zongen leerlingen gedichten uit dat boek’. ‘Gedichtenbundel’, typ ik in de chat. ‘Ik wilde zelf niet zingen, maar de gedichten maakten me trots en blij. Nog steeds, wel’.
Onze Jemenitische deelnemer leerde lezen dankzij zijn moeder. Mijn Iraanse co-host dook van kinds af aan in de privébibliotheek van haar vader en haar Turkse gesprekspartner weet ook niet meer wanneer ze voor het eerst een boek las. Ze leest al zolang ze zich kan herinneren, ‘Ik eet boeken’. Chatwoord: ‘Boekenwurm’. De Turkse kent een verboden Iraanse auteur, Samad Behrangi. De Iraanse kent een verboden Turkse auteur, Aziz Nesin.
Voor een aantal moslims in onze groep is de koran het belangrijkste boek. Op de tweede plaats staat voor hen de Sira, of Sirat al-Nabi, over het leven van de profeet. Daarna de Fiqh, over de toepassing van islamitische regels in het dagelijks leven, maar die concurreert om de derde plaats met de Hadith, de overleveringen van de profeet. Betekent ‘belangrijk’ ook dat het je favoriete boek is, je lievelingsboek? Nee, voor een Turkse zijn dát de boeken van Ihsan Oktay Anar. Voor de Somalische blijft het de koran. ‘Dus van alle boeken die je hebt gelezen, lees je het liefst de koran?’ De koran is het enige boek dat ze heeft gelezen.
Hoe zit het dan met de boeken die niet op papier staan? Verhalen zijn verhalen, papier of oraal. ‘Op die fiets!’, reageert de Afghaanse bruiloftganger. ‘Dan hou ik heel veel van de verhalen van mijn ouders, al voordat ik kon lezen. Mijn vader vertelde in het Pashtun, mijn moeder in het Farsi’. Na wat aanmoediging vertelt de Somalische dat ze opgroeide met Egal Shidad, die even laf was als slim. En met Wiil Waal, een volksheld uit de 19de eeuw uit (nu) Oost-Ethiopië. Twee bekende karakters uit de traditionele Somalische orale cultuur. Een deelnemer vraagt: ‘Zijn hun verhalen belangrijk voor jou?’. Ze glimlacht: ‘Ja. Zo grappig en slim. Soms gedichten. Jij gaat nadenken door hun verhalen’.
Een Turkse deelnemer zegt dat alhoewel de koran belangrijk is, hij ‘Les misérables’ van Victor Hugo erg indrukwekkend vond. Charles Dickens kent hij ook. We praten over maatschappijkritiek, wereldse literatuur en de betekenis van ‘een fictief personage’. Op dit moment leest hij ‘De slag om Rust en Vreugd’ van Hendrik Groen. Moeilijk, veel uitdrukkingen, ‘maar spannend en grappig’. De Turkse deelnemer die sinds een half jaar in Nederland woont, leest ‘Vriendjes’ van Nettie Dees. ‘Ja, mooi. Het boek geeft terug herinneringen aan mijn kindertijd’. De Turkse die al een week geen reels meer kijkt op YouTube, is begonnen in ‘De wereld van Sophie’ van de Noorse schrijver Jostein Gaarder. ‘Het helpt me om zelf meningen te vormen’. Hé, toevallig. Die luister ik zelf als audioboek. Iemand vraagt welk papieren boek ik nu lees. ‘Mevrouw mijn moeder’ van Yvonne Keuls. ‘Raad jij aan?’ Ik roep: ‘Ja, lees alles van Yvonne Keuls!’ en typ: ‘Vette aanrader’.
Nu zijn we niet meer toegekomen aan de vraag waarom boeken worden verboden en wat iedereen daarvan vindt. Gelukkig hebben we wekelijks Vertel es-taalcafé. En Verboden Boeken is een onderwerp waaraan je prima de hele maand kunt wijden. Wordt vervolgd, dus.
Opmerking redactie: Verbodenboekengesprekspakket
Speciaal voor taalcafe’s is er nu een verbodenboekengesprekspakket. Waarom? Marjoleine Molenaar: ‘Omdat ik sowieso een beetje verliefd ben op al die honderden taalcafe’s- in bibliotheken, op universiteiten, hogescholen, online-met talloze vrijwilligers en deelnemers die wekelijks de blaren op de tong praten. Wat er aan die tafels ontstaat is heel speciaal. En omdat openhartig praten over vrijheid, de grondwet, censuur en sterke verhalen belangrijk is- en leuk, maar ook niet altijd simpel.’
•Tips voor gesprekleiders
•Plaat 1: Toen je klein was
•Plaat 2: Verboden Boeken
•Plaat 3: Onze boekenkast