Op 6 oktober 2026 overleed Jan-Ewout van der Putten, 78 jaar oud. Als secretaris-directeur van eerst de Vereniging NBLC en later de Vereniging van Openbare Bibliotheken was hij bijna elf jaar nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Nederlandse openbare bibliotheekwerk. Samenwerking en inhoudelijke vernieuwing stonden daarbij voor hem voorop. In onderstaande tekst leest u twee in memoriam-artikelen.
Tekst 1: Eimer Wieldraaijer
Toen Van der Putten in februari 1999 aantrad bij de Vereniging NBLC, bracht hij een ruime bestuurlijke ervaring mee. Hij was tien jaar plaatsvervangend griffier van de Eerste Kamer geweest en vervolgens zes jaar wethouder voor D66 in Den Haag. Hij kende de politieke besluitvorming van binnenuit: een waardevolle achtergrond voor een sector waarin gemeenten, provincies en rijksoverheid ieder hun eigen verantwoordelijkheden en belangen hadden.
Zijn directeurschap viel samen met een ingrijpende periode van bibliotheekvernieuwing. De vorming van basisbibliotheken, veranderende bestuurlijke verhoudingen en de ontwikkeling van digitale dienstverlening vroegen om richting en afstemming. Van der Putten behoorde tot de landelijke hoofdrolspelers in dat proces. Ook droeg hij bij aan een nieuwe structuur voor het blindenbibliotheekwerk en de verbinding daarvan met het reguliere openbare bibliotheekwerk. Toegankelijkheid kreeg zo een concrete organisatorische vertaling.
Zijn werkterrein reikte bovendien verder dan Nederland. Van 2003 tot 2007 was hij voorzitter van EBLIDA, de Europese organisatie die de belangen van bibliotheken en informatie-instellingen behartigt. Ook daar werkte hij aan de gezamenlijke positie van de sector.
Aan zijn periode bij de VOB kwam eind 2009 een einde, toen de landelijke organisatie werd opgesplitst in een branchevereniging, een sectorinstituut en een organisatie voor de digitale bibliotheek. Die ontvlechting was niet zijn keuze. In zijn afscheidsinterview met Bibliotheekblad liet hij daarover geen misverstand bestaan. Hij had de beschikbare energie liever besteed aan de uitvoering van de Agenda voor de Toekomst. Zijn zorg gold vooral het gevaar dat de nieuwe organisaties hun eigen profiel belangrijker zouden vinden dan hun gezamenlijke opdracht.
Maar in datzelfde gesprek bleef hij vooruitkijken. Hij sprak zijn vertrouwen uit in de vitaliteit van het bibliotheekwerk en in de mogelijkheden die een nieuwe situatie bood. Eén uitspraak vat zijn houding treffend samen: ‘Waar het vooral om gaat, zijn de mensen.’ Toen hem werd gevraagd met welk gevoel hij afscheid nam, dacht hij als eerste aan zijn medewerkers en hun toekomst.
Ook na zijn vertrek bleef hij zijn ervaring inzetten voor bibliotheken. Hij werkte onder meer als interim-manager bij de bibliotheek in Etten-Leur en gaf leiding aan de Stichting Aangepast Lezen, het latere Passend Lezen. Daarmee bleef hij betrokken bij de praktische opgave waarvoor hij zich ook landelijk had ingezet: bibliotheekvoorzieningen organiseren die mensen daadwerkelijk bereiken.
Wie zijn uitspraken terugleest, ziet een bestuurder die steeds terugkeerde naar de vraag wat samenwerking moest opleveren. Structuren moesten het werk mogelijk maken; mensen moesten het doen. Juist die nadruk op gezamenlijkheid maakt zijn woorden nog altijd herkenbaar en relevant voor de bibliotheeksector.
Met zijn overlijden neemt de bibliotheekwereld afscheid van een betrokken bestuurder uit een bepalende periode in haar geschiedenis. Zijn pleidooi om de krachten te bundelen en de inhoud voorop te zetten, blijft het herinneren waard.
Tekst 2: Inge van Asperen, Jos Debeij en Gerard van Dijk
Jan-Ewout van der Putten was een hartstochtelijke en erudiete lezer. Hij had altijd een boek bij de hand — zelfs als hij op de bus stond te wachten, las hij. Zijn liefde voor boeken en literatuur was nauw verbonden met zijn overtuiging dat de openbare bibliotheek van grote betekenis is voor mensen en voor de samenleving.
Van 1999 tot 2010 gaf hij ruim tien jaar leiding aan de Vereniging NBLC, later de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB). Met steun van OCW gaf hij als directeur een krachtige impuls aan de modernisering van het bibliotheekwerk. Lezen en leren bevorderen en mensen toegang bieden tot goed geordende informatie: die kernwaarden hield hij steeds voor ogen.
Jan-Ewout zag vroeg wat digitale communicatietechnologie voor bibliotheken kon betekenen. In samenwerking met de NBD liet hij de eerste versie van Bibliotheek.nl ontwikkelen en bracht die onder als afdeling van de VOB. Bibliotheek.nl en zijn voorlopers maakten bibliotheken vertrouwd met de digitale mogelijkheden en droegen bij aan de ontwikkeling van de virtuele openbare bibliotheek.
Ook de samenwerking met het boekenvak was hem veel waard. Hij zette zich ervoor in dat bibliotheken volwaardig deel gingen uitmaken van de CPNB, naast boekverkopers en uitgevers. Gezamenlijke boekpromotie bood kansen voor iedereen: voor de bibliotheeksector, de boekhandel en de uitgeverij. Zo kreeg Nederland Leest een vaste plaats in het programma, naast onder meer de Boekenweek, de Kinderboekenweek en de jurycampagnes.
Met Kunst van Lezen, waaronder BoekStart en de Bibliotheek op school, gaf hij een belangrijke impuls aan leesbevordering en het werk van Stichting Lezen. Ook stond hij aan de wieg van de Leescoalitie. Zijn blik reikte daarmee verder dan de bibliotheek alleen: hij zocht steeds naar samenwerking om meer mensen, en vooral ook kinderen, met lezen in aanraking te brengen.
Van 2003 tot 2007 was Jan-Ewout voorzitter van EBLIDA, de Europese koepelorganisatie voor bibliotheken, informatie- en documentatieorganisaties.
Een bijzondere plek in zijn werk had de integratie van het bibliotheekwerk voor blinden en slechtzienden in de openbare bibliotheek. Met de inrichting van het Loket Aangepast Lezen — nu Bibliotheekservice Passend Lezen — hielp hij een toegankelijke voorziening opbouwen. Hij bracht organisaties samen die elkaar lange tijd fel hadden bestreden en gaf vorm aan hun samenwerking.
De VOB was ook de belangenorganisatie van de openbare bibliotheken. Jan-Ewout vond het belangrijk dat de landelijke organisatie goed verbonden bleef met wat er in bibliotheken zelf leefde. In 2009 kwamen de bibliotheken samen tot de Agenda voor de Toekomst. Die agenda legde de nadruk op vier thema’s: de digitale bibliotheek, de Collectie Nederland, mediawijsheid en lezen en leesbevordering. De agenda bood een gezamenlijk kader voor de vernieuwing van het bibliotheekwerk.
De lijn daarvan is nog herkenbaar in de maatschappelijke opgaven waarop bibliotheken zich vandaag richten: een geletterde samenleving, meedoen in de informatiesamenleving en een leven lang ontwikkelen. Zo klinkt in de huidige ambities rond lezen, digitale deelname en leren iets door van de richting die Jan-Ewout en zijn collega’s destijds gezamenlijk met de bibliotheken hebben uitgezet.
Naast zijn werk waren er de kunst en de reizen. Jan-Ewout had een grote liefde voor moderne kunst en deelde die graag met zijn medewerkers. De schilderijen uit zijn eigen verzameling sierden de kantoren aan de Grote Markt in Den Haag. Ook zijn foto’s, vooral van Laos — een land waar hij zich thuis voelde en vaak naar terugkeerde — brachten de wereld een stukje dichterbij.
Als leidinggevende had hij groot vertrouwen in zijn naaste medewerkers en waakte hij over hun welzijn. Hij wist dat je alleen samen verder komt. Wij deelden zijn missie, zijn visie en zijn passie, en voelden dat hij ons daarin meenam.
We zullen Jan-Ewout herinneren als een bevlogen bestuurder, een erudiete lezer en een warm mens met een groot hart voor zijn medewerkers. En als iemand die, waar hij ook was, altijd een boek bij zich had.
De vier thema’s uit de Agenda voor de Toekomst zijn beschreven in de bibliotheekgeschiedenis van Frank Huysmans; de huidige VOB en het Bibliotheekconvenant noemen de drie maatschappelijke opgaven.