Rathenau Instituut: digitale ongelijkheid reden voor zorg

Het Rathenau Instituut stelt op basis van eigen onderzoek vast dat Nederlanders gemiddeld weliswaar digitaal vaardiger zijn dan de inwoners van de meeste andere Europese landen, maar dat er tevens nog ruimte is voor verbetering. Het instituut concludeert dat er aanzienlijke verschillen zijn, gerelateerd aan opleidingsniveau, en wijst onder andere op het gevaar van digitale ongelijkheid en op het belang van digitale inclusie en ‘technologisch burgerschap’.

Het Rathenau Instituut, een organisatie die onderzoek doet naar de maatschappelijke aspecten van wetenschap en technologie, constateert dat 79% van de Nederlanders beschikt over digitale basisvaardigheden, wat onder andere betekent dat ze informatie weten te vinden op internet, mails kunnen versturen en internetbankieren. Daarmee doet Nederland het beter dan veel andere landen in de Europese Unie, waar dit percentage op gemiddeld 58% blijft steken, aldus het Rathenau Instituut. In 2019 bezet Nederland dan ook de derde positie op de Digital Economy & Society Index, die bestaat uit vijf componenten: connectiviteit, vaardigheden, internetgebruik, integratie van digitale technologie en digitale publieke diensten.

Tegelijkertijd is het echter ook zo dat bepaalde groepen nog onvoldoende mee kunnen doen in de digitale samenleving, met name ouderen en lager opgeleiden. Verder kan over het geheel genomen de aandacht voor internetveiligheid nog beter en ook valt er nog wat te verbeteren aan de deelname aan online publiek debat en breder technologisch burgerschap.

Het Rathenau Instituut is dus tevreden over het feit dat vergeleken met andere Europese landen een relatief groot percentage van de bevolking beschikt over voldoende digitale basisvaardigheden, maar het instituut waarschuwt er ook voor dat er in Nederland nog grote verschillen zijn tussen groepen. ‘Ouderen (55+) zijn duidelijk minder vaardig dan jongeren. Dat geldt met name voor de lageropgeleiden (maximaal VMBO), waar niet meer dan 38% de basisvaardigheden beheerst,’ aldus het Rathenau Instituut.

Het instituut hanteert de term ‘technologisch burgerschap’, dat wil zeggen dat mensen de mogelijkheden van digitalisering begrijpen en kunnen omgaan met de risico’s ervan. Belangrijk is ook dat ze kunnen deelnemen aan het digitale publieke debat en hierin zelf keuzes kunnen maken. Op deze terreinen zijn volgens het Rathenau Instituut nog duidelijk verbeteringen mogelijk. ‘Veel mensen zijn slordig bij het beschermen van hun privacy. Login-gegevens voor sociale media gebruiken ze vaak ook voor andere internetdiensten, waardoor ze bedrijven toegang geven tot persoonlijke informatie. Jongeren en hogeropgeleiden (HBO+) doen dat vaker dan ouderen en Nederlanders met een lagere opleiding. Daarnaast gebruikt minder dan één op de tien Nederlanders het internet voor politieke discussies: 9% neemt deel aan online-consultaties, 8% geeft zijn of haar mening via blogs of social media. Met die cijfers blijft Nederland net iets onder het EU-gemiddelde steken.’

Uit de Rathenau-rapportage blijkt dat Nederlanders relatief veel interacteren met de overheid via internet: 81% heeft in de laatste twaalf maanden via internet contact gehad met de overheid, tegenover 55% voor EU28. Er is daarbij echter sprake van aanzienlijke verschillen tussen de opleidingsniveaus. Binnen alle leeftijdsgroepen is het verschil tussen laag- en hoogopgeleiden ongeveer 30 procentpunten. Voor lager opgeleiden bestaat het gevaar dat zij – vanwege het feit dat steeds meer online met de overheid moet worden geregeld – op achterstand worden gezet. ‘Zonder de benodigde vaardigheden lopen mensen risico’s om in de knel te komen met bijvoorbeeld schuldenopbouw of het niet kunnen vinden van de juiste contactpersoon binnen overheidsinstanties,’ aldus de onderzoekers.

Slechts een klein aandeel van de Nederlanders (iets minder dan het Europese gemiddelde) gebruikt het internet om deel te nemen aan online consultaties over politieke onderwerpen (9%) of om politieke meningen via blogs of sociale media te plaatsen (8%). ‘Dit zijn juist belangrijke zaken voor technologisch burgerschap,’ aldus het Rathenau Instituut.

Vooral op het gebied van de digitale veiligheid schort er volgens het instituut nog wel het een en ander aan. ‘Opvallend is dat bijna 80% van de jongeren hun social media login ook gebruiken om in te loggen bij andere online services en dat binnen alle leeftijdsgroepen dit vaker gedaan wordt onder hoog- dan onder laagopgeleiden. Hierbij krijgen andere bedrijven en organisaties toegang tot persoonlijke informatie via je social media account. Nederlandse jongeren doen dit ook aanzienlijk meer dan Europese jongeren (EU28-gemiddelde voor jongeren is 50%),’ aldus het Rathenau Instituut, dat eraan toevoegt dat Nederlandse jongeren wel redelijk goed omgaan met het beschermen van persoonlijke data op hun telefoon tijdens het gebruiken en installeren van apps, waarbij er ook geen groot verschil is tussen de opleidingsniveaus. De groepen 25- tot 54-jarigen en de 55- tot 74-jarigen beschermen hun persoonlijke data minder vaak en in deze leeftijdsgroepen is ook sprake van grotere verschillen tussen de opleidingsniveaus, ongeveer 30 procentpunten.

Concluderend stelt het instituut dat lager opgeleiden binnen alle leeftijdsgroepen minder digitaal vaardig zijn. ‘Dit brengt grote risico’s met zich mee op toenemende ongelijkheid in onze steeds verder digitaliserende samenleving. Het goed kunnen omgaan met digitalisering en internet levert namelijk voordelen op, voor werk- en opleidingsmogelijkheden en op financieel en sociaal gebied. Verder blijkt veiligheid een belangrijk aandachtspunt voor alle leeftijden en opleidingsniveaus. Ook is de deelname aan het online publieke debat nog beperkt. Het begrijpen van digitalisering en hiertoe bewust handelen, vormen de basis voor technologisch burgerschap en voor gelijke kansen om mee te doen in de samenleving en mee te beslissen over de toekomst van Nederland. Hierover is echter onvoldoende informatie beschikbaar. De beschikbare informatie gaat voornamelijk over het uitvoeren van verschillende zaken in het digitale domein, maar onvoldoende over in hoeverre men digitalisering begrijpt en hiertoe bewust handelt,’ aldus het Rathenau Instituut.

Tot slot wijst het Rathenau Instituut erop dat er meer onderzoek nodig is omdat de cijfers tot stand zijn gekomen op basis van ‘zelfrapportage’. Deze vorm van onderzoek is niet altijd helemaal betrouwbaar. Zo blijkt uit een recente studie naar veilig online gedrag bijvoorbeeld dat Nederlandse volwassenen nog vaker dan ze dat zelf rapporteren, zich online onveilig gedragen door het delen van persoonlijke informatie en het klikken op onbetrouwbare hyperlinks.

Het Rathenau Instituut stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over de maatschappelijke aspecten van wetenschap en technologie. Het instituut doet onderzoek naar de organisatie en ontwikkeling van wetenschap, technologie en innovatie en voedt daarover het maatschappelijke en politieke debat. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten