Urk

Armeense genocide

Door Wim Keizer

Waarom kopen Urkers nooit kasten bij Ikea? Omdat ze niet mogen vloeken bij de montage.Dit wetenswaardigheidje haal ik uit het in oktober verschenen boek De ontdekking van Urk van de Vlaamse journalist Matthias M.R. Declercq. Zoiets klinkt als een grap ter inleiding van meewarig gelach over zwaar protestants-christelijke dorpen als Staphorst of Urk, maar het boek van Declercq is het tegendeel van een dergelijke benadering. Het is een grondige reportage, waarin hij serieus probeert tot de kern van de ook voor vele Nederlanders onbekende gemeenschap Urk door te dringen. Waarschijnlijk juist omdat hij Vlaming is, slaagt hij daarin verrassend goed.

Matthias Declercq (1985) woont in Gent en schrijft onder andere voor De Morgen. In 2009 werd hij door zijn chef naar Urk gestuurd om verslag te doen van de geruchtmakende moord op de 14-jarige Dirk Post door een leeftijdgenoot. Hij schrijft zijn verslag en stort zich de volgende dagen weer op nieuwe onderwerpen, zoals dat gaat bij ’steekvlamjournalisten‘ (term van Declercq). ‘Op vrijdag weet je niet meer waar je op maandag ben geweest. Maar dit verhaal kan ik niet zomaar naast me neerleggen. Urk hangt als kleefkruid op mijn rug, en ik kan er met mijn vingers niet bij. Waar ben ik eigenlijk geweest? Jaar na jaar denk ik aan dat vreemde drieletterwoord. Ik wil de waarheid zelf zoeken. Ik wil door de buitenkant heen prikken, ervaren, bevoelen en zien waar ik eigenlijk over geschreven heb.’

Declercq gaat een half jaar op Urk wonen, voert tal van gesprekken, leest zich te pletter, bezoekt ‘s zondags alle 25 kerken, vaart een week mee op een kotter, schrijft over de gevaren van het vissersleven en over drugssmokkel, bezoekt de feest vierende, flink drank en drugs innemende jeugd in boxen op het industrieterrein en hoort als ‘die Belg’ persoonlijke zaken die Urkers elkaar onderling niet durven te vertellen. Dat is één van de problemen bij zwaar gelovige gemeenschappen: dat geloof is van kinds af aan dermate in de geest van de desbetreffende mensen geïncorporeerd dat ze niet open durven te praten over verschijnselen als incest en homoseksualiteit en over Darwins evolutietheorie en andere wetenschappelijke inzichten die ze wel op internet aantreffen. Declercq beschrijft op ontroerende wijze hoe erg dit ingrijpt in het leven van mensen die desondanks toch bij Urk en hun familie willen blijven horen. 

Het boek leest als een spannende detective, waarin Declercq’s speurwerk steeds meer tegenstrijdigheden oproept. Zoals de tegenstelling tussen de massale kerkgang (hoewel daar ook ‘lichte’ kerken bij zijn) en het drank- en drugsgebruik, het benauwde dorpsleven en de geglobaliseerde wereld van het industrieterrein met een gigantische visverwerkende industrie. Niet alleen wat Urkers zelf vangen wordt daar verwerkt, maar vis uit de hele wereld. En dan te bedenken dat de inpolderaars geen enkel oog hadden voor de belangen van het voormalige eiland en bulldozers van de provincie Overijssel, waartoe de Noordoostpolder tot de komst van de provincie Flevoland behoorde, in 1957 op weg waren het dorp te slopen, op een paar markante gebouwen na. De sloop kon op het nippertje worden afgewend.

Het is zeer verleidelijk flink te citeren uit dit mooi geschreven boek. Een paar citaten:

‘Er zijn vissersvrouwen die hun man nooit meer hebben teruggezien, van wie het lichaam nooit is teruggevonden, en die daarom hun voordeur niet sluiten, want misschien staat hij er plots, zonder sleutel.’

Man vijftig jaar na de dood van zijn broer van 14 bij een auto-ongeluk: ‘Als kind heb ik nooit geweten wat mijn broer is overkomen. Plots was hij weg, en niemand zei iets. Niemand. Er werd nooit over gesproken. Niet over de feiten, niet over de gevolgen, over niks. Toen ik acht jaar werd speelde mijn vader een liedje voor mijn verjaardag, op zijn mondharmonica. Er is er één jarig, hoera! Moeder sloeg het instrument uit zijn mond. “Mijn verjaardag ligt op het kerkhof,“ riep ze. Sinds de dood van haar oudste zoon op haar eigen verjaardag kon ze niets meer vieren, ook mijn achtste verjaardag niet.’

Wim Keizer

Dit is de zevende column over lezen, ‘Enthousiast’. De eerste vier verschenen in Bibliotheekblad 1- t/m 4-2020. De vijfde en de zesde staan ook op deze site.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten